Feest! Berry van Berkum, Dirk Luijmes, Jetty Podt en Rik Luijmes (verteller, TG Greppel)
Bij een verjaardagsfeest horen een toast, taart en slingers. Maar bij een 250ste verjaardagsfeest van het Königorgel hoort bovendien muziek. Samen met verteller Rik Luijmes kijken de Nijmeegse organisten Berry van Berkum, Dirk Luijmes en Jetty Podt in een theatraal concert terug op de geschiedenis van het orgel en de tijd waarin zij heeft geleefd.
Feestelijke Engelse koor- en orgelmuziek
Op een verjaardagsfeest moet natuurlijk ook worden gezongen! Het Bachkoor Nijmegen is daarvoor uitgenodigd. Met organist Dirk Luijmes brengen zij twee grote koorstukken. Gloria van John Rutter en Rejoice in the Lamb van Benjamin Britten, afgewisseld met kleinere orgelwerken van Britten, die 50 jaar geleden is overleden.
Let’s Tango
met tangosalon na afloop
Orgel en tango liggen dichter bij elkaar dan gedacht. Tussen het instrument en de expressieve dans zitten maar twee schakels. Het bandoneon werd midden 19e eeuw in kerken een goedkoop alternatief voor het orgel. Daarna belandde het bandoneon in de arme achterbuurten van Buenos Aires. Daar werd het al snel het kenmerkende instrument van de tango. Klassieke orgelmuziek en tango liggen ook dichter bij elkaar dan gedacht. Bach verwerkte in zijn composities veel dansvormen. Bovendien bevat zowel de muziek van Bach als de tango veel dramatiek.
Orgelconcert Leo van Doeselaar
Canto Ostinato wordt het meest op piano’s uitgevoerd, waar het stuk ook oorspronkelijk voor geschreven is. Bijzonder en heel verfrissend is het dan om een keer de orgelversie te ervaren. Toon Hagen heeft in 2007 een bewerking voor orgel gemaakt die hij regelmatig uitvoert. De verschillende registers waarover een orgel beschikt, met de evenzovele klankkleuren èn de akoestiek van de kerk, geven het werk een heel eigen karakter.
Bij het samenstellen van een Bachprogramma kan een musicus kiezen voor de beroemde iconische werken die niet voor niets tot het standaardrepertoire horen. Maar volgens Laurens de Man is Bachs klavierrepertoire zo breed en rijk, dat het de moeite loont om ook verder te kijken. Zodoende begint zijn concert met de welbekende, monumentale Fantasia en fuga in g, en eindigt hij met enkele delen uit de grootste cyclus Kunst der Fuge. Twee lyrische koraalbewerkingen zorgen voor momenten van bezinning. En om de flexibiliteit van Bach als componist te benadrukken laat De Man een bewerking van eigen hand horen van een vioolpartita die Bach zelf al voor orkest had omgebouwd. Met deze serie luchtige dansjes komt de kleurenrijkdom van het Königorgel volop tot uiting.
Wilmink speelt een drieluik met muziek van compleet verschillend karakter uit de barok, romantiek en twintigste eeuw. Daarbij zijn de werken van Jean Langlais en Max Reger geïnspireerd op christelijke kerkmuziek een en behoort het barokke orgelconcerto van Georg Friedrich Händel tot de wereldlijke klassiek muziek. Met daarin een verrassend element, want juist in dit ‘oudste werk’ komen vanwege een bewerking de ‘meest nieuw noten ‘ voor.
Anne-Gaëlle Chanon
i.s.m. Stichting Vox Humana
Sarah Proske maakte grote indruk op het publiek bij concerten in haar studiestad Lübeck en tijdens het Internationaal Orgelfestival Haarlem in 2024, waar zij als toptalent van de Zomeracademie Excellence Class deelnam aan een speciaal Presentatieconcert. Ze improviseerde heel spannend en creatief: geen covers, niets in-de-stijl-van, alleen met haar eigen artistieke taal: persoonlijk, moedig en vrij.
Hayo Boerema en Bert van den Brink
Battle tussen twee grootmeesters in verschillende stijlen
Laatromantiek geïnspireerd door B-A-C-H
“Omdat dat prachtig klinkt op het König-orgel zoals het nu nog is’, kiest Jetty Podt voor een concertprogramma met laatromantische muziek. Om daarmee ook afscheid te nemen van de naoorlogse periode van het Königorgel, dat na de restauratie een nieuwe fase ingaat.
Als het ’s avonds weer vroeger donker wordt, speelt Berry van Berkum live improvisaties op het Königorgel bij de vertoning van de stomme film Nosferatu. Het schemerlicht gevolgd door volledige duisternis en de akoestiek van de kerk, versterken de beklemmende griezelsfeer van de horrorfilm die Friedrich Murnau baseerde op het boek ‘Dracula’ van Bram Stoker.