Bij het samenstellen van een Bachprogramma kan een musicus kiezen voor de beroemde iconische werken die niet voor niets tot het standaardrepertoire horen. Maar volgens Laurens de Man is Bachs klavierrepertoire zo breed en rijk, dat het de moeite loont om ook verder te kijken. Zodoende begint zijn concert met de welbekende, monumentale Fantasia en fuga in g, en eindigt hij met enkele delen uit de grootste cyclus Kunst der Fuge. Twee lyrische koraalbewerkingen zorgen voor momenten van bezinning. En om de flexibiliteit van Bach als componist te benadrukken laat De Man een bewerking van eigen hand horen van een vioolpartita die Bach zelf al voor orkest had omgebouwd. Met deze serie luchtige dansjes komt de kleurenrijkdom van het Königorgel volop tot uiting.
St Stevenskerk